Webredactie voor de gemeente Maastricht

Gemeente Maastricht logo webredacteurDe komende maanden ben ik te vinden bij de webredactie van de Gemeente Maastricht. Als webredacteur houd ik mij bezig met de website, nieuwsbrieven en social media. Een gevarieerde interim-klus binnen een professioneel team. En dat in mijn eigen stad! Ik kan mijn geluk niet op.

Tussendoor

Tussendoor schrijf ik gewoon verder voor mijn vaste opdrachtgevers zoals Mijn Groene Loper, Werkblad Magazine en Thuis in Maastricht. Vervelen hoef ik me nooit.

D7z73rTW4AEolhN

Het boek is af!

Het liefst zou ik met mijn shirt over mijn hoofd door de straat rennen. Het boek is af! We werkten er een jaar aan, Marc Huijnen van Talent en ik. En nu ligt het daar. Het voelt soms nog wat onwerkelijk, maar wat ben ik trots!

Samen

Elke maandag kwamen we samen. Stelde ik vragen, vertelde hij over hun manier van werken (oplossingsgericht), waarom je elk succes moet vieren (volgens zijn Plan de C(h)campagne) en wat essentieel is binnen hulpverlening (gastvrijheid). Na een ochtend luisteren en doorvragen begon voor mij het schrijven. Wat weer leidde tot nieuwe vragen. Langzaam ontvouwde zich het verhaal van Talent. De ongeschreven regels werden aan het papier toevertrouwd. Wat iedereen als vanzelfsprekend vindt, werd nu eens vastgelegd. Voor altijd, voor later, voor iedereen.

 

 

D_savRRW4AA8TSE

Een (niet zo’n saai) jaarverslag

Voor bedrijven en organisaties is het soms een uitdaging om een pakkend en interessant jaarverslag te schrijven. Om te voorkomen dat de lezer niet verdrinkt in een ingewikkeld voorwoord van de directeur, cijfers en staafdiagrammen van de accountant of targets en doelstellingen die gehaald zijn (haal je even adem?), kun je ook een originele keuze maken.

  • Door samenwerkingspartners aan het woord te laten
  • Door gebruikers te interviewen
  • Met impressies laten zien wat je doet (inclusief pakkende quotes natuurlijk)

Kortom: door boeiende teksten te gebruiken. En daar komt Begin met A om de hoek kijken!

De afgelopen jaren heb ik voor verschillende organisaties meegewerkt aan hun jaarverslag. Ik vind het heerlijk om me de bedrijfscultuur eigen te maken, me te verdiepen in het verhaal en mensen hierover te interviewen.

Zo springt jouw jaarverslag straks van het scherm af (en wellicht ook van het papier). Een jaarverslag waarvan mensen zeggen: “Kijk, heb je dit al gelezen?”

Een voorbeeld waar ik ontzettend trots op ben, is het jaarverslag van CNME.

PHOTO-2018-12-19-12-42-32

Afscheid van een laborant

Een van mijn eerste opdrachten (terug in 2015…) was schrijven voor MaastrichtLAB. Een platform dat excentrieke pioniers wilde koppelen aan zakelijke vastgoedhandelaren. Via de gemeentelijke wegen die soms zo ondoorgrondelijk lijken hielpen zij creatievelingen in Maastricht aan een locatie. Nu mocht ik een van de partner interviewen. Over haar afscheid. Met toch een beetje pijn in mijn hart.

Afscheid van een echte Maastricht-laborant

Na vier jaar komt er voor Carola Janssen een einde aan Maastricht-LAB. Ze zag Caracola landen in Wittevrouwenveld, Temporama uitrollen in de Grote Staat en vele stadsmakers aanschuiven bij de lunch. We gingen voor de laatste keer in gesprek met dé voorvechter van rafelige randjes en misschien wel het enfant terrible van Maastricht-LAB.

De ondernemer

Vanaf juni 2014 was Carola onderdeel van het team van Maastricht-LAB als externe kernpartner. Al jaren bekend met creatieve concepten, duurzaam development en commercieel management was ze een perfecte aanvulling op de gemeentelijke kant van het LAB. “Ondernemers en overheid denken echt anders. Het is altijd belangrijk om feeling te houden met de buitenwereld. We kunnen niet zonder beleidsmakers en Maastricht-LAB heeft goed samengewerkt met externen.”

De enthousiasteling

Als het beste voorbeeld van wat Maastricht-LAB bereikt heeft, noemt Carola meteen Temporama. “Een rijke pandbaas en een creatieve ondernemer hebben elkaar gevonden en zo een platform gegeven aan 52 merken. Dat was echt het summum!” Ook Caracola komt ter sprake. “Dit waren vier krakers vanuit het Landbouwbelang die op zoek gingen naar een eigen ruimte. Wij hebben de Theresiaschool voorgesteld en een omzet gerelateerd huurtraject mogelijk gemaakt.” Caracola laat wat Carola betreft wel zien dat je dergelijke initiatieven altijd moet blijven helpen bij het ondernemerschap.

De kwartiermaker

De laatste periode bij Maastricht-LAB heeft Carola zich ingezet voor het Broedplaatsenbeleid. “We hebben een nul- en eindmeting gedaan. Het aantal broedplaatsen groeit. Ik mis alleen de studenten en de echte ambachten. De nadruk ligt nu op de economische component. Wat dat betreft verkeerd Maastricht nog altijd in een identiteitscrisis: sjiek en sjoenis nog altijd het devies en de rafelige randjes worden opgepoetst. Terwijl die nou net het spannendst zijn. Zoiets moet je niet naar de buitenwijken willen verplaatsen, want deze mensen en functies willen en mogen juist gezien worden.”

De aanwezige

Na een eerste fase waarin Maastricht-LAB intern gericht was, volgden twee fasen waarin de Maastricht-LAB-ers ‘de boer op gingen’. “Toen waren we echt geland in Maastricht. Als je dan de telefoon oppakte, wisten mensen wie je was. Nu komt er weer een periode aan waarin de blik meer naar binnen is gericht. Ik hoop dat ze daarna weer naar buiten gaan en nadrukkelijk aanwezig zijn in de stad.” Over de Week van Nieuw Maastricht: “Dat mag wat mij betreft weer terugkomen. Een moment voor debat, maar ook om lintjes door te knippen. Waarbij ruimte is voor experiment, de mens en de stad.”

De verbinder

Terugkijkend herkent Carola zichzelf in de vier pijlers van Maastricht-LAB. “Vooral in het verbinden”, lacht ze. “Ik heb veel mensen leren kennen en er vrienden aan over gehouden. We hebben geëxperimenteerd, geprogrammeerd en veel geleerd.” Over dat laatste zegt Carola: “Dat zou ik Maastricht-LAB willen meegeven: blijf de nieuwe generatie meenemen in het ontwikkelen van de stad. Daar doen we het namelijk voor.”

nb-3546

Eethuis Farèn: veel meer dan lekker eten

Op de plek waar de Groene Loper de Frankenstraat ontmoet gebeurt iets bijzonders. Bij het eethuis van Farèn Sallak krijgen bezoekers niet alleen heerlijke salades, een gezonde lunch of een kopje koffie. “Ik wil een bijdrage leveren aan de gezondheid van mensen én aan hun geluksgevoel.”

Dit artikel schreef ik voor Mijn Groene Loper. De foto is van Fred Berghmans.

Stralen

16 jaar lang was Farèn maatschappelijk werkster, ze volgde de sportacademie in Tilburg en werkte met vluchtelingen. Nu heeft ze haar eigen eethuis. Waarom deze carrièreswitch? “In de praktijk heb ik gezien dat voeding de brandstof is van zowel ons lichaam als van onze geest. Mijn visie is dat je door voeding, maar ook door beweging en ontmoeting gezond kunt leven.” Als maatschappelijk werkster luisterde ze naar de problemen van mensen. “Mijn mogelijkheden waren toen beperkt tot de spreekkamer. Hier ben ik gastvrouw en help ik vanuit de positieve kant. Ik kan mensen laten stralen door mijn eten, al is het maar voor vijf minuten. Of als ik zie dat ze een praatje maken met iemand van een andere tafel of lekker lachen: dan ben ik blij.”

Verlengde van thuis

Het werken met en voor mensen is de rode draad in haar leven. Als klein kind nam Farèn het al op voor gepeste klasgenoten. De stap naar een eigen eethuis is dus eigenlijk heel logisch, achteraf bezien. In de zomer van 2017 begon ze in Wyck, maar al gauw was deze ruimte te klein. Wycker Soep Sap Salade verhuisde naar Frankenstraat 200 en werd omgedoopt tot Farèn. “Die stap was best spannend, er waren ook mensen in mijn omgeving die me dit hebben afgeraden. Maar ik zie de potentie van deze omgeving. Als je nu al ziet hoe mooi het is geworden. Deze wijk biedt mij enorm veel diversiteit. Ik zie vooral de overeenkomsten tussen mensen, van de verschillende culturen kan ik leren. En eten is een brug.” Farèn werkt elke dag van ’s ochtends tot ’s avonds laat, zeven dagen in de week. “Maar ik geloof hierin. En dit voelt als een verlengde van mijn huis. Wat wil je nog meer?”

Voor Farèn naar de Groene Loper

Monique en Peter zijn fans van Farèn van het eerste uur. “Toen ze nog in Wyck zat, was dat voor mij een cadeautje. Nooit meer zelf koken!” lacht Monique. Vanwege de gezondheid van haar zoon was ze jarenlang op zoek naar het juiste dieet. “Ik kwam erachter dat vers eten, bereid zonder pakjes, het beste is. En zo werkt Farèn ook.” De verhuizing naar de Frankenstraat vormt voor Monique geen belemmering: “Nee, hoor, ik heb mijn route gevonden.” Ook Peter gaat graag een blokje om voor de nieuwe locatie. “Vanuit Wyck steek je zo over bij het station.” Hij kwam dankzij zijn buurvrouw bij Farèn terecht. “Ik vind het een prachtige keuze die ze gemaakt heeft om te verhuizen. In Wyck had ze geen terras, hier wel. En het eten met speciale kruiden en de manier waarop zij haar gasten ontvangt, dat maakt de zaak.”

Farense tomatensoep

Op de kaart staan sapjes, soepen en salades. Maar ook gefermenteerde groente en chutneys. Gedroogde limoen, rozenwater, saffraan en komijn komen vaak terug in haar gerechten. Farèn groeide op in Iran. Door haar moeder werd ze de weggestuurd als ze wilde helpen met koken. “Zij vond dat ik moest studeren. Van mijn oma leerde ik de fijne kneepjes van de Perzische keuken. Oma kookte heel zorgvuldig. Het moest gezond zijn, van eerlijke producten, lekker en er mooi uit zien.” Zo werden de recepten van generatie op generatie doorgegeven, steeds met een eigen toevoeging. “Laatst zei iemand: ‘dit is helemaal geen Iraanse tomatensoep’. Dan zeg ik: ‘klopt, dat is Farense tomatensoep!’”

 

Verslag van een bezoek aan Spoorzone Tilburg

spoorzoneOp vrijdag 19 januari gingen negen leden van de Denktank Tapijn op inspiratiereis. De bestemming: De Spoorzone in Tilburg. Het resultaat: enthousiasme, ideeën en genoeg om over na te denken. De volgende brainstormsessie wordt dubbel zo interessant! En ik mag er over schrijven!

Het medicijn tegen braindrain

“Het was een enerverende dag, bomvol met sprekers en bezoekjes aan de verschillende onderdelen van De Spoorzone”, vertelt Carola Janssen, kernpartner van Maastricht-LAB. “Met name het verhaal van wethouder Berend de Vries vond ik heel verhelderend.” De gebouwen van de Spoorzone stonden eerst op de lijst om gesloopt te worden. Tegelijkertijd had Tilburg, net als Maastricht, last van een braindrain: studenten die na hun studie weer vertrekken. Hoe behouden we deze knappe koppen in onze stad en zorgen we dat ze lang blijven? Dat was de vraag die wethouder de Vries zichzelf gesteld heeft. Het antwoord: door de stad aantrekkelijk te maken voor starters en jonge gezinnen.

Tilburg en Maastricht

“Het viel mij op hoe de situatie in Tilburg lijkt op die in Maastricht”, zegt Sven Cimmermans, kernpartner van Maastricht-LAB. “Ook hier is een stevige universiteit. Hun gebouwen zitten weliswaar midden in de stad, maar ogen soms nog wat gesloten voor de rest van de stad. Daarnaast willen ook wij de leefbaarheid van Maastricht verbeteren en onze studenten behouden na hun afstuderen. ”

Succesvolle mix

Terug naar Tilburg. Er werd niet gesloopt in De Spoorzone, de meeste gebouwen werden behouden en er kwam een mix van wonen, werken, studeren en horeca. Carola: “Er is duidelijk ingezet op het creëren van een aangename sfeer. Er zijn co-workingspaces, oude treinwagons zijn koffietentjes geworden, er is een indoorskatehal. De universiteit, hogeschool, gemeente en de Persgroep gaan samenwerken in Mindlabs.” Sven vult aan: “Zo zien mensen waar de onderzoekers daadwerkelijk mee bezig zijn. Ze worden echt een deel van de stad en de bewoners.” In Mindlabs komen ook kleine winkels, een kapper, fitnessruimte. Er is een broedplaats in gebouw 88, waar zowel starters zitten, als de gemeente zelf. Sven: “Die samenwerking tussen universiteit, de gemeente en een partner als de Persgroep is heel succesvol. Door bewust voor de juiste partijen te kiezen, bereik je het meest. Je hebt sterke trekkers nodig, dat is essentieel.”

Behoud versus nieuw

Geluncht werd er in Restaurant De Houtloods. Architect Thomas Bedaux heeft veel houten onderdelen zichtbaar in het gebouw bewaard. “Zo zie je dat het behouden van een pand met de authentieke elementen een ontzettende meerwaarde heeft”, zegt Carola. “En de lunch was overigens subliem!” Stedenbouwkundige Riet Bakker was betrokken bij het ontwerp van De Spoorzone. Sven: “Je kunt je niet meer voorstellen dat dit jarenlang onontgonnen gebied was en de gebouwen zolang leeg stonden. Terwijl de ligging perfect is: pal naast het centrum.”

Wonen

Bij De Spoorzone is dus bewust gekozen om de functie wonen te integreren. Carola reageert enthousiast: “Ja, en dat werkt perfect! Er zijn zowel sociale huurappartementen als vrije sector. Hierdoor wonen er nu alle lagen van de bevolking, er is een goede mix van doelgroepen. De appartementen waren trouwens meteen verkocht of verhuurd.” Wat nemen jullie verder mee naar de volgende brainstormsessie over Tapijn? Beiden: “Dat het behouden van gebouwen heel goed kan uitpakken!”

Dit artikel is ook te lezen op de website van MaastrichtLAB.

Schrijven voor Maastricht Bereikbaar

station-l-1187-2De naam zegt het al: Maastricht Bereikbaar helpt reizigers slimmer op weg. Samen met vele partners werken ze aan minder files. Samen met de Groene Loper en Planstudie Stad en Spoor zetten zij zich in voor een gezond woon-, werk- en leefklimaat in Zuid-Limburg. En daar mag ik voor schrijven! 

Een voorbeeld van een van de artikels:

Opening fietsenstalling station Maastricht

Sinds 1 januari 2018 is de nieuwe fietsenstalling bij het station in Maastricht geopend. U kunt er gemakkelijk, veilig en droog uw fiets stallen. We bezochten de fietsenstalling voor de eerste ervaringen van gebruikers.

Paul Geraerds woont in Maastricht en gaat met de trein naar Sittard om er te sporten. “Het is de eerste keer dat ik hier mijn fiets stal, maar ik vind het erg handig en snel. Het is echt vernieuwend en nu weet ik tenminste dat er toezicht is. Ik reis regelmatig met de trein, dus zal nog vaak gebruik maken van de stalling. Ook als ik wat langer mijn fiets wil laten staan.”

Klaar voor de drukte

Bij de ingang staat Unitleider Richard van Kan de eerste bezoekers te woord. “Het was de eerste week nog rustig. Als de scholen beginnen, mensen weer gaan werken en de studenten terugkomen, wordt het wel drukker.” Is Richard iets opgevallen in de afgelopen week? “Voor sommige mensen is het nog wat onwennig. We leggen ze dan rustig uit hoe het systeem werkt. Mensen schrikken soms van het idee dat ze een OV-chipkaart moeten aanschaffen indien ze die nog niet hebben. Als we ze dan vertellen dat ze hun fiets altijd voor de eerste 24 uur gratis kunnen stallen, zijn ze vaak overstag.” Het neerzetten van de fietsen behoeft soms ook wat toelichting. “Fietsen met een krat moeten bijvoorbeeld hoog worden gestald. Anders beschadig je je eigen fiets en die van anderen. Door alle fietsen goed neer te zetten benutten we de hele capaciteit van de stalling.”

Ruimte

In de fietsenstalling is in totaal plek voor circa 3.000 fietsen, waarvan 100 OV-fietsen en 80 ‘buitenmodel’ fietsen zoals tandems en (elektrische) bakfietsen. En 40 bromfietsen/scooters.

“Ik heb de hele verbouwing van het Stationsplein vanaf begin tot einde gevolgd”, zegt dhr. Van Straten. Nu komt hij een kijkje nemen bij het eindresultaat. “Ik vind het schitterend! Het is echt een aanwinst voor de stad. Als je nu over het plein loopt, krijg je het gevoel alsof je in Parijs bent, zo mooi.” Gaat hij zijn fiets hier straks zelf ook stallen? “Jazeker! Ik woon in Biesland en als ik naar Wyck ga, kom ik hier mijn fiets zetten. Dat is beter dan op de stoep.”

Tarief en betaling

De eerste 24 uur kunt u gratis uw fiets stallen, daarna is het dagtarief voor fietsers € 1,25 en een jaarabonnement € 75,-. Voor bromfietsen, scooters en buitenmodel fietsen is het dagtarief € 2,50 en een jaarabonnement € 150,-. U heeft een OV-chipkaart nodig om in te checken in de fietsenstalling om uw fiets te stallen en weer op te halen. U betaalt in de stalling met uw OV-chipkaart, een abonnement of pinpas. Contante betaling is niet mogelijk.

Vergeet niet in en uit te checken!

Roel van den Bosch is met zijn dochters Aletta en Birthe op weg naar Aken voor een dagje winkelen. De fietsen worden in de stalling gezet. “Ik ken dit systeem van andere plekken in Nederland”, vertelt hij. “Je moet er wel aan denken om in en uit te checken met je OV-chipkaart. Als je niet regelmatig met het openbaar vervoer reist, is dat niet zo vanzelfsprekend. Dat vind ik het enige nadeel. Verder is het hier lekker ruim.” Aletta is vooral blij met de bewaking: “Ik had mijn nieuwe fiets laatst achter het station gezet. Die is toen gestolen. Hier staat mijn fiets gelukkig veilig.”

Openingstijden:

·       De stalling is dagelijks geopend, ’s morgens vanaf een kwartier voor vertrek van de eerste trein tot ’s avonds/’s nachts een kwartier na aankomst van de laatste trein.

·       Let op: de openingstijden zijn gekoppeld aan de treintijden en kunnen dus verschillen per dag. Als de laatste trein vertraging heeft, is de stalling langer open.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie en een filmpje over de werking van de stalling op www.jefietswilnooitmeeranders.nl/maastricht.

 

 

 

project

Project | Tapijn

Schrijven voor een project vind ik ge-wel-dig! Als voormalig projectmiepie ben ik erg fan van het concept ‘een-klus-met-een-kop-en-een-staart’. Hierover schrijven is voor mij helemaal het summum. Tapijn is zo’n topproject. 

Wat is Tapijn?

Eigenlijk moet je vragen: wie was Tapijn? Hij was een belangrijke ingenieur in het leger ten tijde van het Maastrichts Beleg (1579). Geen zorgen, ik moest dit ook opzoeken. Deze hoge pief heeft het in ieder geval goed gedaan, want Maastricht is niet meer belegd (belegen? belegerd?) en de Tapijnkazerne in Maastricht is naar hem vernoemd. Hoera voor Sebastiaan!

En toen?

De Tapijnkazerne is inmiddels niet meer in gebruik als defensiegebouw. Dus het stond jarenlang leeg. In plaats van alles met de grond gelijk te maken en er fantasieloze blokken nieuwbouw te zetten, heeft de gemeente besloten de meeste onderdelen van de Tapijnkazerne te behouden. Hoera voor Maastricht!

drankje in de mess

Nu zit de Universiteit Maastricht er. Hebben creatieve ondernemers het Werkgebouw als atelier tot hun beschikking. Kun je er schommelen, tuinieren en ook een hapje eten. Hoera voor mij!
Een gedeelte van het gebied wordt ondertussen flink verbouwd. Wat te doen met de openbare ruimte?

project-schrijver

Kijk, en hier komt Project Tapijn om de hoek kijken. Het idee? Laten we goed nadenken over welke bestemming die ruimte krijgt. Laten we mensen uit de stad betrekken. Laten we experimenteren, uitproberen en goed beslagen ten ijs komen. MaastrichtLAB begeleidt dit project en wie haakt aan als Tapijn-schrijver? Moi!

Wat doe je dan?

Van de verschillende brainstormsessies maak ik leesbare artikels voor diverse media en zorg ik voor de nodige projectverslaglegging. Er zijn inspiratietrips, waar ik over mag schrijven, zodat nog meer mensen geïnspireerd worden. En in maart worden de Tapijn-pitches gehouden: korte presentaties van mensen met ideeën voor Tapijn. Hier mag natuurlijk ook over geschreven worden.

Hou de website van MaastrichtLAB in de gaten voor de vorderingen van dit project!

Foto: Gerlach Delissen Photography

 

Interview | Succesvol solliciteren als 60-plusser

solliciterenTijdens haar bezoek aan de UWV Inspiratiedag kreeg de 62-jarige Charlotte Hartmann een telefoontje. Het bedrijf waar ze eerder gesolliciteerd had, wilde graag dat zij de nieuwe collega werd. ‘Dat was een heel bijzonder moment. Ik was zo blij!’

Solliciteren: De zoveelste afwijzing

Charlotte werkte ruim 27 jaar als manager Marketing & Communicatie bij een groot bedrijf. ‘Door de jaren heen ben ik mij blijven ontwikkelen. Mijn vakgebied veranderde en ik ben meeveranderd, maar bij de laatste reorganisatie werd ik helaas ontslagen.’ Ze had ruim een jaar een WW-uitkering. ‘Tijdens het solliciteren merkte ik dat mijn leeftijd een rol speelde. Het lastigste vond ik om niet aan mezelf te gaan twijfelen na de zoveelste afwijzing. Ik ben een vakvrouw en niet minder dan een ander.’

Verrassend telefoontje

In juni 2017 bezocht ze de UWV Inspiratiedag. ‘Ik vond het programma gevarieerd en de workshops en presentaties inspirerend.’ Het was op die Inspiratiedag dat Charlotte het telefoontje kreeg van haar huidige werkgever. ‘Ik was dolblij dat ik de baan had gekregen, maar kon dat moment niet met iemand delen. Toen ben ik op de eerste de beste persoon met een UWV-badge afgestapt. Hij deelde mijn ‘kippenvel’moment. Samen hebben we gekeken welke fiscale regelingen er waren voor mijn nieuwe werkgever. Dit bedrijf heeft het toch maar aangedurfd om met een 60-plusser in zee te gaan!’

Dit portret schreef ik in opdracht van Werkblad Magazine.

UWC

UWC: de wereld komt samen op een school

Op het United World College (UWC) Maastricht in Amby zitten 900 leerlingen, in de leeftijd van 4-18 jaar, uit 104 verschillende landen. Een gedeelte woont op de campus, de anderen in Maastricht of daarbuiten. Hoe zit het met hun thuisgevoel? Een verhaal over wereldburgers, fietsen door de stad en 100 kopjes koffie.

Waar voelen wereldburgers zich thuis?

Syuen Chia (17) uit Maleisië woont op de campus. “Voordat ik naar Maastricht kwam, was ik nog nooit zo ver van huis geweest. Vroeger was voor mij het begrip ‘thuis’ iets fysieks, daar waar je woont. Toen op mijn veertiende mijn broer naar Los Angeles verhuisde, merkte ik dat mijn thuisgevoel meer met mensen te maken heeft.” De tiener deelt nu met drie anderen een kamer. “Het heeft even geduurd, maar nu voel ik me hier thuis.”

Henri Boistel de Belloy (17) komt uit Frankrijk. “Ik logeer door de week bij vrienden in Wyck, in het weekend ga ik naar mijn ouders in België. Thuis is daar waar ik me welkom voel. Dat is bij mijn familie, maar ook hier.” In zijn vrije tijd speelt Henri rugby in Maastricht. “Dan fiets ik door de stad. Dat is perfect in Nederland, je kunt overal met de fiets naartoe.” Syuen lacht. “Toen ik hier net woonde, kon ik nog niet fietsen. Waar ik vandaan kom, doen we namelijk alles met de auto. Nu kan ik fietsen en kom ik graag op evenementen voor jongeren, zoals DocFest, CrossCurrents en in de Muziekgieterij. Zo leer je de stad en de mensen goed kennen.”

Kennismaken met Maastricht

“Het valt mij op dat de leerlingen van de campus vaak door de dagstudenten de stad leren kennen”, vertelt directeur Lodewijk van Oord. “Ze hebben veel contact. Tijdens Thanksgiving worden Amerikaanse studenten uitgenodigd door Amerikaanse gezinnen die hier wonen. Zo hebben ze een beetje thuis ver weg.” Lodewijk is sinds juni 2017 directeur. Om zelf de stad te leren kennen, drinkt hij ‘100 kopjes koffie’. “We zijn in 2009 opgericht en waren ondanks de ambitie nog erg op onszelf gericht. Nu het wat stabieler wordt, willen we de deuren opengooien. Het is belangrijk dat we diep geworteld zijn in de stad.” Dus drinkt Lodewijk koffie met de burgemeester, gemeentelijke en provinciale ambtenaren, woningbouwvereniging, bedrijven en CNME, maar ook met ouders en studenten.

Jouw betekenis voor de wereld

Waarom kiezen leerlingen voor UWCM? Of zijn het de ouders die deze keuze maken? “Nee, voor de studenten die op de campus wonen zien we juist dat het vaak de kinderen zelf zijn die zich willen aanmelden. Ze zijn op zoek naar wereldwijs onderwijs. Naast een goed lesprogramma hebben wij veel maatschappelijke projecten. We bereiden de leerlingen niet voor op het leven, het leven begint hier” zegt Lodewijk. “Bij de keuze voor een vervolgopleiding vragen we niet welke baan ze later willen, maar wat ze later voor de samenleving willen betekenen? Die maatschappelijke betekenis is de filosofie achter UWC.”

Wereldwijd zijn er 17 UWC’s. Na aanmelding volgt een selectieprocedure en vervolgens wordt een leerling geplaatst. Dat kan overal ter wereld zijn. “Dan zijn het vervolgens soms de ouders die overtuigd moeten worden dat hun kind naar het buitenland vertrekt!” Bij de dagstudenten spelen de ouders vaak een grotere rol in het maken van de schoolkeuze. Het zijn merendeel expats die zich voor kortere of langere tijd in deze regio vestigen.

UWCUWC: De hele wereld in een klaslokaal

Een klas is op UWCM gevuld met verschillende nationaliteiten. Wat betekent dit voor de lesstof? “Dat werkt in alle vakken door. Neem geschiedenis. De meeste studenten hebben dit ook in hun thuisland op school gehad. Bij een onderwerp als bijvoorbeeld kolonialisme is het dan interessant om te vragen wat leerlingen uit bijvoorbeeld Frankrijk hierover geleerd hebben en leerlingen uit Burkina Faso. Door met elkaar in gesprek te gaan, krijg je levendige gesprekken en begrijpen ze elkaar en de huidige tijd beter. Vrede en duurzaamheid zijn dan ook belangrijke thema’s op onze school.”

Terug in Nederland

Lodewijk zelf heeft de helft van zijn leven in het buitenland gewoond. Hij woont nu op zijn 20e adres. “Voor mij is thuis een vaag begrip, ik doe daar niet zo moeilijk over. We hebben vaak in gemeubileerde huizen gewoond, dus dan heb je alleen je kleren en je boeken. Daar waar ik mijn dozen uitpak, daar is mijn thuis.” Dat is op dit moment Maastricht. “We zijn van plan om hier voor langere tijd te blijven. Ik vind het heerlijk om weer Nederlands om me heen te horen. En even op mijn fiets naar de boekhandel of een cafeetje: dat bevalt me goed.”